Ik was er nooit geweest. Nu wilde ik er gaan kijken naar schilderijen van Jeroen Krabbé, maar ik hoopte dat Zwolle nog meer te bieden had, want je weet het maar nooit met schilderijen. En Zwolle hééft meer te bieden: prachtige monumenten, kerken, paleizen, verdedigingswerken, molens, bruggen, parken en ...veel terrassen, maar daar moet het wat meer zomer voor zijn.
Wat deze oude Hanzestad ook heeft, dat zijn welluidende straatnamen zoals Ossenmarkt, Jufferenwal, Papendwarsstraat, Goudsteeg, Fratersteeg, Blijmarkt, Krommejak, Korte Ademhalingssteeg, Vispoortenplas, Botervatstraat - alleen al aan die namen valt veel van het kerkelijk, politiek en economisch verleden af te lezen.
Nóg iets wat me opviel: de vriendelijkheid van de mensen. Daar is Zwolle natuurlijk niet uniek in, maar je waardeert het wel. Je moet nog al eens wat vragen als je voor de eerste keer in Zwolle loopt, waar ligt dat gebouw, die straat - volwassenen maar ook kinderen wijzen je geduldig de weg, lopen desnoods een eindje met je mee; zelfs de gastvrouw in het Museum de Fundatie (waar Jeroen Krabbé exposeert) glimlachte zo stralend dat het eigenlijk niet paste bij een museum.
En omdat ik dit schrijf op de dag na Valentijn vraag ik me af: zou je zo’n vanzelfsprekende behulpzaamheid ook een beetje als liefde kunnen beschouwen?
In tv-spotjes was Robert ten Brink al dagen aan het roepen dat op Valentijnsdag niemand alleen mag zijn. Goed zo Robert, wrijf het er maar flink in, bij al die mensen die toch al eenzaam of alleen zijn, door het lot of door keuze. Kerstmis is al zo’n dag die veel mensen nerveus maakt omdat ze niet alleen mogen zijn. Begint dat gezeur nu ook op Valentijnsdag?
De vriendelijkheid van Zwollenaren vind ik boeiender dan de liefde volgens Robert ten Brink.
Wie echt verstand van liefde heeft, zoekt zijn geluk niet in een liefdesshow uit Aalsmeer.