Le Corbusier

Lang geleden bezocht ik in Marseille een wooncomplex dat wij toen noemden de flat van Le Corbusier, want het was bij mijn weten het eerste voorbeeld van een modern wooncomplex van deze misschien wel beroemdste architect en stedenbouwkundige van de vorige eeuw. Gebouwd in 1952. Allerlei functies waren bijeengebracht: meer dan 300 appartementen, winkelstraten en nog allerlei andere voorzieningen. Uit heel de wereld kwamen in architectuur geïnteresseerden deze flat bekijken, de trappen belopen, de kamers inspecteren.

Le Corbusier (1887-1965), althans zijn werk, is weer te zien, in het NAI, het Nederlands Architectuurinstituut te Rotterdam. Le Corbusier - De kunst van architectuur is de tentoonstelling genoemd. Zijn complete oeuvre in origineel materiaal is er te zien: tekeningen, maquettes, schilderijen, tapijten, stoffen, films, foto’s beeldhouwwerken, meubels en interieurs.

En... gelukkig voor mij was er ook het weerzien met de flat van de grote meester. Er draaide in een cabine een korte film over dat beroemde complex met de goedbedoelde naam Unité d’Habitation, en je keek door de keukenramen heen over de bergen rond Marseille en je herinnert je weer een mooie vakantie aan de Middellandse Zee.

Ik laat de architect nu even zelf aan het woord met de tekst die op een muur te lezen viel:

I am an acrobat of form, creator of forms, player with forms. Forms, means to express all plastic emotion. Form, expression and style of the mind. (Le Corbusier, C. 1955)

Tot en met 2 september is de tentoonstelling nog te zien. In Rotterdam, Museumpark 25.

Minister Rouvoet reageert op Buitenhof-columniste

Op 10 juni 2007 plaatste ik een bericht over de column van Désanne van Brederode in het tv-programma Buitenhof van diezelfde dag. De columniste beschuldigde de heer Rouvoet van de CristenUnie van nogal laakbaar gedrag. Zie hier. Vanmiddag zag ik op mijn weblog een reactie van de heer Rouvoet op de column van Désanne van Brederode. Het spreekt vanzelf dat ik de visie van de heer Rouvoet ook op deze plaats nog eens afdruk. Zodra een reactie van Van Brederode bekend is, zal ook deze op dit mblog te zien zijn.

Hieronder de heer Rouvoet van de ChristenUnie. Zie ook www.christenunie.nl

Reactie Rouvoet op column in Buitenhof
maandag 18 juni 2007

Désanne van Brederode heeft haar gesproken column in het tv-programma Buitenhof op zondag 10 juni 2007 aan het ouderschap gewijd. Zij spitste haar betoog toe op de vraag of mensen nadenken over de verantwoordelijkheid voor kinderen voordat zij nageslacht verwekken.
Zij beweerde daarbij dat minister Rouvoet die vraag niet aan de orde stelt, omdat hij zelf niet weet wat 'onvoorwaardelijk offervaardig ouderschap' is. Dit omdat hij –zo beweert zij- de band met zijn kinderen zou verbreken als zij niet meer in God zouden geloven. Zij zegt haar stelling te baseren op interviews met Rouvoet.

Er zijn twee interviews waarin hij hierop is bevraagd. Allereerst met Paul Rosenmöller, uitgezonden op 18 oktober 2006. In dat gesprek heeft Rouvoet het tegendeel beweerd: Als zijn kinderen niet meer zouden geloven zouden ze hem "er geen moment minder dierbaar om zijn", ook al zou hij er niet aan moeten denken en het moeilijk te verteren vinden. In dezelfde lijn heeft hij zich uitgelaten in de Volkskrant van 14 oktober 2006. In antwoord op de vraag wat hij ervan zou vinden als zijn dochter zou trouwen met een andersgelovige en zich zou bekeren tot het geloof van haar partner, zegt hij: "Eén ding staat als een paal boven water: ze verspeelt mijn liefde niet."

Rouvoet heeft er grote moeite mee dat hem nu het tegendeel in de mond is gelegd. Een columnist heeft de vrijheid om zaken scherp te stellen, maar ook de verantwoordelijkheid om de feiten recht te doen.

Geplaatst door: www.christenunie.nl | maandag 18 juni 2007 om 14:12

Bloosloos

Elke dag is er wel weer iemand anders in het openbaar bestuur die meer verdient dan Balkenende. Nu weer Hans Hoogervorst. Hij wordt voorzitter van de Autoriteit Financiële Markten. Geen idee wat hij daar moet doen, maar het scoort lekker: 270.000 euro.

En iedere keer als zo’n nieuwe geldslokker in de krant staat wordt er weer bij gezegd dat Balkenende maar 170.000 verdient. Om de andere dag wordt hem dat ingewreven, dat vernederend bedragje van 170.000 euro, een hongerloontje. Dat hij nog over straat durft, met zijn 170.000 euro.

Overigens hebben Van Kooten en De Bie gisteren een mooi nieuw woord gelanceerd: bloosloos. Dat maakt het praten over geldwolven wat gemakkelijker.

Kees Fens, pater Karel en Limburgers

Vorige week schreef literatuurcriticus Kees Fens in de Volkskrant (7 juni) over de heiligverklaring van Karel Houben uit Munstergeleen. Zijn stukje valt uiteen in twee delen: het eerste deel is ernstig, het tweede is om te lachen. Het eerste deel gaat over Rome, het tweede over Limburgers. In het eerste deel legt Fens uit wat een heiligverklaring is, althans de auteur probeert een geschiedenisoverzichtje te geven. Mij valt op dat hij met ontzag spreekt over de kracht van de traditie door strenge handhaving van rituelen en dat het maar goed is, - 'gelukkig' zegt hij – dat de paus geen enkele verandering of popularisering in het vooruitzicht stelt. Ik kom er niet achter of Fens nou in die santenkraam gelooft of niet. Het lijkt erop dat hij precies weet wat heilig zijn is. Hij schrijft erover alsof het controleerbare waarheden zijn. Als er al ironie in zijn beschrijving zit, dan weet hij die goed te verbergen. Wat zichtbaar is, is koele eerbied voor wat uit Rome komt.

Zo.

Maar nou die Munstergeleense Limburgers op de dag dat ze in Rome vertoefden. Eerst geeft Fens nog gauw een onterecht en slijmerig compliment aan collega-schrijver Michaël Zeeman, die de dag na de plechtigheid een slap stukje schreef op de voorpagina van de Volkskrant met kennelijk als hoogtepunt een citaat over drie vlaaien die de wonderbaarlijk genezen man uit Munstergeleen gegeten zou hebben, maar nu komt dan toch het deel om te lachen. Dat begint met een zin die ik zelf echt grappig vind: "Geef Limburg een heilige, en Rome wordt een soort Valkenburg". Die komt in mijn archief. Auteur: Kees Fens. Prachtig. Maar nu het vervolg, waarbij hij zich baseert op de uitzending van het programma Kruispunt van de KRO. Hij vindt het een afschuwelijke vertoning en dus rollen de kleinerende adjectieven uit zijn pen: 'een programma van het ergste en ergerlijkste soort provincialisme', 'kneuterkarakter van de Nederlandse kerkprovincie', 'verhaaltjes van de heiligste onbeduidendheid'. En dan hadden die rare Limburgers ook nog het Limburgs volkslied gezongen in de kerk der Friezen. Dat was wel heel erg. Dus haalt Fens het ‘Frisia non cantat’ erbij (pluimpje dus voor de Friezen) terwijl iedereen weet dat Friezen wél zingen, en goed ook nog, maar de Romeinse geschiedschrijver Tacitus had dit nu eenmaal bedacht. Wist hij veel. En zo komt Fens dan toe aan zijn Laatste Oordeel waarin hij zich voorstelt hoe de heilige Karel Houben vanuit Rome eerder terugverlangt naar 'het straatarme Ierland van de 19de eeuw waarin een aardappel al een wonder van geluk was' dan naar 'dat ijdele Munstergeleen en dat vreselijke bronsgroen eikenhout'.

Ik heb die uitzending van Kruispunt ook gezien, al dat gedoe over de regen op het Sint-Pietersplein, de hulpeloze, onnozele vragen van de verslaggevers, de even onnozele antwoorden van de Limburgers. Ik werd er niet blij van, maar ik heb geprobeerd het hun niet kwalijk te nemen. Kees Fens kiest voor het establishment in Rome en schrijft daar deftig over, maar hij geeft de zingende Limburgers op hun ordinaire kop. Ik heb mezelf afgevraagd: wat zou ik zelf als reporter gevraagd hebben, wat zou ik zelf als Munstergelener geantwoord hebben? Antwoord: ik zou het niet weten. Het liefste had ik aan de paus gevraagd wat hij nu eigenlijk aan het doen was. Het was een plechtigheid 'rondom de leegte', wie kent hem nog, die veelzeggende titel van dat boek (1965) van de filosoof Cornelis Verhoeven. Over leegte kun je beter niet denken of heel voorzichtig. Kees Fens over Rome is een andere schrijver dan Kees Fens over Limburgers. Hij kent misschien ook niet de schrijnende ingezonden stukken die na die zondag van Karel Houben zijn verschenen in de Limburgse kranten. Iemand schrijft: "Ook ik ben genezen, maar dan figuurlijk, namelijk van mijn geloof in de zogenaamde wonderen op voorspraak van ‘de heilige pater Karel'!" Ook dat zijn Limburgers. Maar die andere Limburgers die blij of trots naar Rome gingen, mogen er ook zijn, laat ze maar zingen, laat ze maar vlaai eten, dat is leuker en makkelijker dan theologisch geformuleerde antwoorden geven op hulpeloze vragen van reporters die het ook niet weten. Het speelt zich toch af 'rondom de leegte'?

Ik heb veel mooie stukken van Kees Fens gelezen, maar ik verdenk hem soms van een ietwat te randstedelijke, te gemakkelijke, clichématige visie die opdoemt zodra er iemand uit Limburg beschreven moet worden.
En om met Rome te eindigen: ik zou willen dat Rome eindelijk eens wat meer op Valkenburg gaat lijken.

Stof tot nadenken voor Rouvoet

De schrijfster Désanne van Brederode geeft minister Rouvoet de wind van voren. Ze vindt het prima dat hij zich inspant voor jeugd en gezin en daarbij heel praktisch denkt aan het verminderen van wachtlijsten en communicatieproblemen in de jeugdzorg. Maar ze mist iets in zijn beleid. Waarom vraagt de minister niet aan ouders waarom ze kinderen krijgen als ze er vervolgens niet met volle inzet voor kunnen of willen zorgen?

Désanne van Brederode:

"Tientallen kinderen zijn er, die geboren lijken voor het geluk van hun ouders, en worden verwaarloosd zodra ze niet meer dat schattige baby'tje zijn met wie je kunt pronken in het park. Ik snap dat je mensen geen examen kunt afnemen alvorens ze nageslacht mogen verwekken. Toch: het zou veel leed schelen als mensen vooraf beseften dat zijzelf, na de geboorte van hun kind, voorgoed op de tweede plaats komen.
Dat Rouvoet dit niet aan de orde stelt, komt misschien omdat hij zelf niet weet wat onvoorwaardelijk offervaardig ouderschap is. Zijn eigen kinderen kunnen het namelijk schudden als ze niet in de Here blijven."

Wie het spannende vervolg wil lezen van deze column, vanmorgen door haar uitgesproken in het programma Buitenhof, kan hier terecht.

Zijn stinkende best doen

Kan iemand verklaren waarom deze uitdrukking opeens zo vaak te horen valt? Ik hoor het zelfs ministers zeggen. Eurlings zegt het als hij iets aan wegen wil verbeteren, Rouvoet (zelfs hij) zegt het als hij de jeugd wil opvoeden. Ook al verklaart Van Dale nog zo wetenschappelijk waar die term vandaan komt, ik vind het maar een stinkende uitdrukking.