Dit is geen filmrecensie
Zondag na lange tijd weer eens een film gezien. Op de Duitse tv.
Echtgenoot van Katharina verdwijnt spoorloos vlak voor romantisch tripje naar Barcelona.
Ik probeer deze beknopte inhoud uit de tv-gids zo diep mogelijk in mijn hersens te prenten om zolang mogelijk de film te kunnen begrijpen. Na een paar minuten merk je al dat er van romantiek in Barcelona niks terecht zal komen. Wel Praag is alsmaar in beeld. Mooie stad. Ik heb er overal gelopen. Maar nu gebeurde er elk kwartier een moord. En voor mij is dan de moeilijke vraag: wie vermoordde wie? Ik hou die koppen niet uit elkaar. Koppen van de Russische maffia, koppen van de Praagse maffia; als we niet af en toe de video hadden stopgezet om te kijken wie er nu weer dood of lamgeslagen op het perron van station PRAHA lagen, hadden we nog de verkeerde spelers voor boef aangezien. Voor doven en slechthorenden is er pagina 888 van teletekst; dezer dagen zag ik zelfs een zaal met blinden met koptelefoon in een bioscoop zitten, maar voor mensen die ziende blind zijn is er niets. Dus rugnummers moeten er komen, net als bij de Omloop Het Volk en andere fietswedstrijden.
Mörderische Suche heette de film. Dat is al om bang van te worden. Hoofdpersoon is een lieve echtgenote uit Keulen; die was goed te herkennen, die hoefde geen rugnummer. Ze praatte standaard Duits, was dus goed te verstaan, in tegenstelling tot die Praagse rechercheur die alles zou oplossen, en die Tsjechisch Duits praatte. Dus je moest oren en ogen de kost geven om alles te kunnen bijhouden.
En dan zie je daar die onschuldige echtgenote ’s nachts lopen in een luguber straatje, vluchtend voor de maffia, een straatje waar ik ooit overdag genoten heb van kleurige gevelwanden, winkeltjes en aardige mensen, maar waar ik morgen geen stap zou durven verzetten, - ja dat komt door die film.
Na anderhalf uur ben je opgelucht dat het allemaal voorbij is. Het zal wel een knappe film zijn, uit 2004, alle eer voor de regisseur Johannes Grieser, maar dat vechten, die moorden! En dat allemaal in dat mooie Praag. O wat is de wereld slecht. Je zou spontaan aan het dichten willen slaan en op een Praagse muur een groet aan de bandieten willen graffiteren:
Het net wordt tevergeefs gespannen
als de vogels het bespieden.
Alleen hun eigen bloed zal vloeien,
hun eigen leven is hun prooi.
Dat is het lot van allen die uit zijn op roof,
hun pad voert naar de dood.
Maar deze woorden zijn niet van mij; ze zijn al 25 eeuwen oud. Ze komen uit "Het Boek der Spreuken".