Alaaf !

Bij de Jumbo draaide carnavalsmuziek. Opeens zong een oudere mevrouw goed hoorbaar mee met de eerste zin van het refrein:

“Iech bin de kluts kwiet”.

Op zich misschien niets bijzonders. Wat het wél wat apart maakte was de manier waarop de vrouw op dat moment keek, namelijk helemaal wanhopig van schap naar schap, misschien wel op zoek naar een pakje maïzena dat er gisteren nog lag, en nu niet meer; of misschien was de maïzena verplaatst naar een ander schap.

En dan komt dat refrein met die stem van Beppie Kraft... iech bin de kluts kwiet...en dan gaat zo’n vrouw vanzelf meezingen, met een gezicht zonder vrolijkheid, maar recht uit het hart.

Zo zie je maar weer, carnavalsdeuntjes zijn niet alleen maar vluchtig vermaak; ze geven ook de kracht om het harde leven aan te kunnen. Een Jumbo zonder maïzena? Daar zou je inderdaad de kluts van kwijt raken.

WC's en hun design

Ik maak er geen foto’s van, ik maak er geen plakboeken van, maar als ik bedenk hoe vaak ik van die onbegrijpelijke wc's ben tegengekomen, denk ik dat er best een verzameling in had gezeten.

Een aantal jaren terug de wc's in het Centre Pompidou in Parijs. Misschien ben ik al een paar details vergeten, maar ik weet nog dat het licht pas aan ging als de deur helemaal dicht en op slot was, dat het toilet pas doorspoelde als je de deur weer opende, en dat de kraan pas water gaf als je van alle kanten erop getikt had, of erop geduwd had of eraan getrokken. En dan denk je: nou, het is Parijs en gekker zal het wel niet worden.

Maar het kan altijd nog gekker. In Amsterdam had ik toch weer een incident met een kraan die niet open was te krijgen. Ik had maar één hand daarvoor ter beschikking omdat mijn andere hand al gevuld was met vloeibare zeep. Ik wilde niet opgeven en dus liep ik tenslotte radeloos met dat kwakje zeep in mijn handpalm het volle café in om aan een ober te vragen die kraan mores te leren. Dat lukte hem; ik weet nog steeds niet hoe.

Intussen groeit de ervaring met de jaren, maar toch kon het weer gekker. Ik bezocht onlangs de wc van het zo geroemde onlangs geopende Kruisherenhotel van Camille Oostwegel in Maastricht. Vervreemding alom. Ik ging door een glazen deur en zag alleen maar wc’s met deuren, geen urinoirs. Dat maakt onzeker en dus liep ik naar de juffrouw aan de hotelbalie en vroeg of die wc’s voor alle gezindten bedoeld waren. Nee, zei ze, alleen voor dames. Hoe kon ik dat weten? Ja, er staat "SHE" in de melkglazen deur, maar dat waren dan wel langgerekte letters van drie meter hoog en maar een paar centimeter breed.

Goed.

Dan nu door de glazen deur met "HE". Daar waren zowel urinoirs als wc’s met deuren. Maar staande voor zo’n urinoir zie je rechts van je een glazen wand waarachter een gangetje waar zomaar iemand kan langskomen. Even kijken op die wc’s met deuren. Het zal toch niet..... maar jawel hoor, ook daar die glazen wand die zicht geeft op het paadje tussen het wc-complex en de oude muren van de middeleeuwse kloosterkerk. Je zult als dame of heer op zo’n troon gezeten zijn en je gezicht in de plooi moeten houden voor als er iemand passeert. Dat je dan vriendelijk groet of zoiets.

Dat het daarna weer twee minuten duurt eer je de kraan van het lavabo kunt activeren, spreekt onder deze omstandigheden bijna vanzelf.

Toch nog even terug naar de juffrouw aan de balie. Kan daar iedereen zomaar door dat gangetje lopen? Nee hoor, dat is een afgesloten ruimte, ook al lijkt het anders.

DESIGN!

Uit de folder van het hotel:

" ... een creatie van de internationaal bekende interieurarchitect Henk Vos"

en: "Uitgangspunten zijn transparantie, ruimte, moderniteit en comfort".

De dromen van Ritzen

De voormalige minister van onderwijs werd gisteren in Dagblad de Limburger aan de tand gevoeld over de ambities van de dertigjarige Universiteit Maastricht (UM). Ritzen is bestuursvoorzitter van deze onderwijsinstelling.

"Ritzen: frisheid begintijd moet terug", staat boven het interview.

Als zo’n voormalige minister over ambities begint, dan houd je vast: streven naar verdere internationalisering, maar ook meer verweven raken met de regio, - en dan vallen namen als Philips en DSM; maar ook contacten met Kunst en Cultuur moeten worden uitgebreid: "samenwerking in de vorm van een masteropleiding, zodat kunstenaars straks een wetenschappelijke titel kunnen halen en wetenschappers ook artistiek bezig kunnen zijn".

Als eenvoudig belastingbetaler denk ik dan: maar flink netwerken in Den Haag en de miljoenen stromen naar Maastricht waar je op het laatst nog niet eens meer aan iemand kunt zien of iemand nou kunstenaar is of wetenschapper. Ik houd die dingen altijd graag uit elkaar.

Met stijgende verbazing lees ik verder.

"Zo zijn er nu al de eerste contacten gelegd met Joop van den Ende, die denkt over een multifunctioneel theater in Maastricht. Een faculteit Cultuurwetenschappen moet bovenop zo’n ontwikkeling zitten".

Als ik zoiets lees denk ik: 1 april? UM, de Musical?

Jammer dat dit hooggestemde artikel enigszins in mineur eindigt als het gaat over de Limburgse studenten:

"Binnen de instelling is gemor hoorbaar over een deel van hen die de universiteit beschouwd als een soort school".

Zie de taal- en spelfouten in deze zin en de moed zinkt in je schoenen.

Wie is verantwoordelijk voor deze fouten? Ritzen? Het is geen letterlijk citaat, dus ik weet het niet. De auteur van het artikel, Paul van der Steen? Van der Steen is toch niet de eerste de beste.

De eindredacteur van de krant? Misschien wel. Dan hoop ik maar dat een provincie met zo’n ambitieuze universiteit ook ooit trots mag zijn op een krant met niveau.

Trio

Waarschijnlijk al in Beetsterzwaag moet Rouvoet bij het ontbijt een keer hebben gezegd: 'Groot is de behoefte aan houvast, geborgenheid en een herkenbare eigen identiteit', waarna hij de hagelslag over zijn gesmeerde boterham strooide.

Bos, die z’n ei net voor de helft had gepeld, keek verrast op, dacht even na, en zei: 'Dat moet je opschrijven, André. Vind je ook niet, Jan Peter?'

(Jan Blokker, vandaag in nrc*next)

Het Verdrag van Maastricht

De Limburgse hoofdstad vierde op 7 februari 2007 de vijftiende verjaardag van dit Verdrag.

Nou ja, de Limburgse hoofdstad vierde... - een paar politieke kopstukken vierden; een daarvan was oud-premier Lubbers en dit kopstuk - ik zag hem bij L1-tv – toonde aan dat je - met een paar borreltjes op - best optimistisch over Europa kunt praten, desnoods met een dikke tong.

De Maastrichtenaren die ik ’s morgens op Radio 1 hoorde en ‘s avonds bij L1-tv zag, waren niet zo enthousiast.
En het Verdrag van Maastricht stond toch aan de basis van de Europese Unie en de euro? Daarom juist vonden die Maastrichtenaren dat er niet zo veel positiefs te herdenken viel.
De nieuwsbrenger van L1-tv: "Om de viering kracht bij te zetten vloog burgemeester Leers gisteren op en neer naar Rome om het originele Verdrag op te halen. Alleen al voor de verzekering van het historisch document moest Maastricht diep in de buidel tasten."

Want het Verdrag van Maastricht is voor 1 miljoen euro verzekerd.

Burgemeester Leers roept ergens in een zaal met een plechtig gezicht: "Het Verdrag is onbetaalbaar omdat het ’t symbool is van de eenwording van Europa".

En niemand die protesteert of lacht. Iedereen slikt alles. Leers had net zo goed kunnen zeggen: water kookt bij 40 graden Celsius. Het zal wel.

Ik ben niet zo goed in verzekeren, maar als het Verdrag echt uniek is en het valt in zee of verbrandt, dan is het weg en wat doe je dan met een miljoen? Dus laat dat verdrag toch in Rome. Als er iets mis mee gaat, hebben wij het tenminste niet gedaan.

Bovendien: is vijftien (15) jaar nu echt een getal om te vieren? Dan kun je wel aan de gang blijven.

De presentator van L1-tv: "In het provinciehuis zijn de voorbereidingen in volle gang. In de feestzaal worden de tafels voor de lunch klaargezet en uiteraard wordt alles nog eens gepoetst."

De voorlichtster van de provincie: "Er komt natuurlijk een aantal belangrijke gasten en er is alles bij gebaat om het goed te laten verlopen, dat het er goed uitziet, dat het eten goed smaakt en dat iedereen het naar z’n zin heeft, en dat de bijeenkomst als een memorabel moment de geschiedenis in gaat, dus het is wel extra spannend."

Het is helemaal niet spannend. Ja, voor het bedienend personeel dat even iets harder moet werken, want het vieren van iets dat met "Europa" te maken heeft, betekent voor koks en kelners: extra je best doen voor de hoge heren (vooral heren), maar voor de miljoenen overige burgers is er geen barst veranderd.

En hiermee is het motto van week 7 al vastgesteld (maar die week begint pas 12 februari):

Herdenken maakt hongerig !

Thuiszorg

Wie er op Google naar zoekt, verzuipt in de aanbiedingen.

"Deskundige en ervaren medewerkers leveren zorg op maat, waarbij uw zorg en wensen centraal staan."

Wat wilt u hebben? Een paar krukken? Een rolstoel, een hoog-/laagbed? U zegt het maar, alles is er.

De trend is om mensen zo lang mogelijk thuis te houden. Dat schijnt goedkoper te zijn en veel mensen willen ook liever lang thuis en onafhankelijk blijven.

Dat wilde ook een mij bekend echtpaar. Man en vrouw werden alsmaar ouder, hadden geen kinderen en hechtten zich steeds meer aan hun huisje en aan alles wat ze aan meubeltjes en verdere inboedel bezaten.

Dat thuis wonen werd mogelijk gemaakt, onder andere door het aanbrengen van een traplift, zo’n ding dat al gauw een paar duizend euro kost, maar Thuiszorg macht’s möglich, net als Neckermann.

Maar wat gebeurde? Het echtpaar bleek met geen paard op die lift te krijgen. Veel te gevaarlijk. Ze waren heel hun leven al nooit in een skilift gegaan en nu dit. Dan nog liever gewoon je langs die lift worstelen en dan te voet de trap op.

Toch was de lift niet helemaal voor noppes geplaatst.

Het echtpaar had boven geen wc, maar wel een po, en iedere ochtend werd die volle po op de lift gezet en nu ziet u het ontroerende tafereel al voor u: elke ochtend daalde de po plechtig uit den hoge neer op de begane grond alwaar hij boven de wc-pot werd omgekiept. Waarna...enzovoort. Liften zijn misschien wel eens voor dommere dingen gebruikt.

Hulde voor dit echtpaar. En lang leve de thuiszorg.

Gerd Leers en het kofschip

Die Gerd Leers toch, burgemeester van Maastricht, bekend van Amby tot Den Haag en van Malberg tot Leeuwarden, en toch zegt hij wel eens rare dingen. Verleden zaterdag deed hij in Dagblad De Limburger mee aan een onderdeel van een taaltest voor PABO-studenten. Hij had twee foutjes in een test van tien vragen. Dat kan. Wie is er volmaakt in een taal? Niemand. Maar Leers gaf ook nog wat commentaar bij zijn 'proefwerk' en dat had hij beter niet kunnen doen.

Hij vond dat de test in Dagblad De Limburger te veel over weetjes en techniekjes ging: 'Het kofschip en dat soort zaken'. Maar hij zegt in hetzelfde commentaar dat hij zich kapot ergert aan d- en t-fouten en dat hij een brief vol spelfouten kwalijk vindt. Als Leers dat echt vindt dan mag hij wel eens wat meer respect hebben voor 'het kofschip en dat soort zaken'.

Ik zal hier de werking van het kofschip niet uiteenzetten, maar ik zeg slechts dat ik mijn hele leven lang één rijtje kon dromen en dat is: -ten, -ken, -fen, -sen, -chen, -pen, en ik heb altijd veel gemak gehad van dit rijtje.

Als tweederde van de eerstejaars PABO-studenten zakte voor de taaltoets, dan komt dat misschien ook door te weinig aandacht voor een paar taaltechnische zaken.

Ook zijn er mensen - en niet de domsten - die alles relativeren en verwijzen naar de spellingchecker waarover 'de jeugd' tegenwoordig beschikt, dus over veel spellingkwesties zou de jeugd zich niet zo druk hoeven te maken. Helaas een vergissing, want zo’n spellingcorrector weet niet alles; hij vindt 'meld' goed, maar hij vindt ook 'meldt' goed, want ze kunnen allebei goed zijn, dus hij zet er geen rode streep onder. Maar 'hij meld zich ziek' is fout en 'ik meldt mij ziek' is ook fout.

Als je het rijtje kent: ik meld - jij meld t - hij meld t - dan kom je al een heel eind. De spellingcorrector kent dit rijtje niet, dus hij keurt beide vormen ('meld' en 'meldt') goed. Toch zijn er de laatste maanden 'geleerden' geweest die op tv durven verkondigen dat het allemaal wel meevalt, want de spellingcorrector helpt je. Niet dus. De spellingcorrector kan niet alles weten.

En dus: laten we het kofschip in ere houden, of desnoods het fokschaap. Wie de moeite neemt eens te kijken op deze site, kan er alleen maar wijzer van worden.

Natuurlijk zijn er veel mensen die het allemaal niks kan schelen, die liever op zaterdag hun auto wassen, want die blinkt dan zo mooi. Vooral blijven poetsen. Maar waarom zou je niet ook eens je eigen taal kunnen onderhouden? En vooral geen minderwaardigheidscomplex krijgen als je merkt dat je nog zo veel niet weet. Niemand weet van taal alles, ook de maker van het nieuwste Groene Boekje niet. Een beetje vooruitgang is ook vooruitgang.

Dus kijk eens op deze site, desnoods elke dag een kwartier. Liefst met enig plezier.