Nationale Streektaalconferentie
Het was een lange zit vandaag in de Statenzaal van het "Gouvernement aan de Maas" in Maastricht. Van half elf tot vijf, met wel lunch en Gé Reinders ertussen. En dan die hele dag de angst: haal ik Nederland-Ivoorkust?
Sprekers waren o.a. drs. W. van Gelder, commissaris van de Koningin in Zeeland, - W. Luijendijk (gedeputeerde van cultuur van de Provincie Noord-Brabant, - J. Braun, Conseil Permanent de la Langue Luxembourgeoise), - prof. dr. K. Jaspaert, oud-secretaris van de Nederlandse Taalunie, - prof. dr. S. Kroon, expert moedertaaldidactiek, - drs. L. van Nistelrooy (ik moest weer aan het voetballen denken), lid van het Europarlement (CDA), voorzitter van de Vereniging van Europese Grensregio's, - en zoiets eindigt nooit zonder een paneldiscussie.
Na zo'n dag weet je weer alles over Limburgse dialecten, isoglossen, de scheidingslijnen tussen dialectgebieden, de Benrather linie, de Panninger linie, de Uerdinger linie. Waar zeggen ze maken? Waar zeggen ze machen? Waar jod? Waar good? Kroepe? Kroefe? En moeten provinciale overheden beleid voeren (beleid = centjes) om dialecten te behouden en te stimuleren of overleeft het dialect vanzelf door de kracht van de volkswil, zoals in Luxemburg?
Aan het eind van zo'n conferentie ga je automatisch weer in het dialect denken: bin ich jeliech op tsiet vuur et foesballe? Jowaal, et woeët zwei-ee.