Nationale Streektaalconferentie

Het was een lange zit vandaag in de Statenzaal van het "Gouvernement aan de Maas" in Maastricht. Van half elf tot vijf, met wel lunch en Gé Reinders ertussen. En dan die hele dag de angst: haal ik Nederland-Ivoorkust?

Sprekers waren o.a. drs. W. van Gelder, commissaris van de Koningin in Zeeland, - W. Luijendijk (gedeputeerde van cultuur van de Provincie Noord-Brabant, - J. Braun, Conseil Permanent de la Langue Luxembourgeoise), - prof. dr. K. Jaspaert, oud-secretaris van de Nederlandse Taalunie, - prof. dr. S. Kroon, expert moedertaaldidactiek, - drs. L. van Nistelrooy (ik moest weer aan het voetballen denken), lid van het Europarlement (CDA), voorzitter van de Vereniging van Europese Grensregio's, - en zoiets eindigt nooit zonder een paneldiscussie.

Na zo'n dag weet je weer alles over Limburgse dialecten, isoglossen, de scheidingslijnen tussen dialectgebieden, de Benrather linie, de Panninger linie, de Uerdinger linie. Waar zeggen ze  maken? Waar zeggen ze machen? Waar jod? Waar goodKroepe? Kroefe? En moeten provinciale overheden beleid voeren (beleid = centjes) om dialecten te behouden en te stimuleren of  overleeft het dialect vanzelf door de kracht van de volkswil, zoals in Luxemburg?

Aan het eind van zo'n conferentie ga je automatisch weer in het dialect denken: bin ich jeliech op tsiet vuur et foesballe?  Jowaal, et woeët zwei-ee.

Heerlen vroeger

Kranten konden vroeger ook al leuk schrijven. Lees maar:
Het centrum van Heerlen telde amper vier winkelstraten met midden daartussenin de Sint-Pancratiuskerk. Dat was eens een Romaans kerkje geweest, maar de legendarische bouwmeester Cuypers had het, vermoedelijk in ernstig beschonken toestand, in neo-gotische stijl gerestaureerd, zodat er uiteindelijk een bouwwerk van onbestemd vuilnisbakkenras was ontstaan. Tot overmaat van ramp had de Heerlense architect Peutz er een kubusvormig glazen warenhuis naast gezet, schreeuwend modern in de vooroorlogse jaren, maar voor het overige een stedebouwkundige vloek die aan het godslasterlijke grensde. (Ruud Groen in het Eindhovens Dagblad 28-3-1991)

Talpa

De tv-recensent van de Volkskrant, Wim de Jong, snapt niet waarom er maar zo weinig belangstelling is voor Villa BvD op Talpa. Hij vraagt zijn lezers om hem dat eens duidelijk te maken. Nou, ik heb hem zojuist een eind op weg geholpen. De lezers van Mblog krijgen hier de primeur.

Hallo Wim,
Als jij niet begrijpt waarom er zo weinig kijkers zijn voor Villa BvD am Titisee, dan moet je maar eens lezen "Verslagen WK soms stuitend", een commentaar van verslaggever Johan van de Beek in Dagblad de Limburger van 14 juni, pagina 7. Over stuitende klefheid.

En dan nog mijn eigen mening erbij over de WK-verslaggeving op  Nederland 2 en Talpa:
Als ik echt geïnformeerd wil worden, kijk ik naar de Duitse zenders ARD en ZDF. Die geven zakelijke, goed geformuleerde informatie en analyses. Randstad-Hollanders noemen dat saai, geloof ik, maar ik als Limburger noem dat echte service aan de kijkers. De Hollanders willen te leuk doen, ze zoeken alsmaar zichzelf. De Duitsers weten hoe het hoort, kunnen ook wel relativeren, maar willen niet elke seconde grappig zijn of quasi-deskundigheid uitstralen.

Bovendien beschikken NOS en Talpa over te veel zendtijd. Dan krijg je zo'n non-onderwerpen als met tweeën op een kamer of een kamer per speler, en dat geeft Jan Mulder dan weer de kans om te zeggen: "... alleen,  dat masturbeert makkelijker". Nee hoor, wat vakmanschap en beschaving betreft hebben de Duitsers nu al gewonnen van de Nederlanders.

Weer kruidenier verdwenen

Winkelier uit R. die zijn zaak gaat sluiten en zich in een folder tot zijn cliëntèle richt: "Wij danken u allen om nu te gaan genieten van onze vrije tijd". Het was een kruidenier die bij alles wat je hem bij de kassa ter betaling aanbood nog iets bemoedigends riep. Of het nou een stukje camembert was, een potje frambozenjam of een pak Duyvis pinda's, zijn commentaar was steevast: "Die vind ikzelf ook zo lekker !"

Hij kende al zijn klanten. Een oud vrouwtje wilde een condoleancekaart. Onze winkelier: "Is het voor …?" (en toen noemde hij de juiste naam). "Ja, ja", zegt het vrouwtje. De winkelier: "Mót iech 'm veur diech sjrieve?" Vrouwtje: "Joa, geere."

Geniet hij nu van zijn vrije tijd? Nee, hij is onlangs overleden. Ik heb de condoleancekaart voor zijn gezin zelf geschreven. Ik had geen keus.