Beleggen
Ik begin te geloven dat ik rijk ben.
Voor de tweede keer in een jaar krijg ik post van de NEDERLANDSE BELEGGINGSMAATSCHAPPIJ VOOR ZEESCHEPEN BV. Ze vragen mij of ik wil investeren in een beleggingsfonds voor zeeschepen. Ik krijg een rendement van 7% tot 10%. En dat rendement is geen afgeleide van een fiscale subsidie. Niet dat ik weet wat dat betekent, maar het klinkt geruststellend.
'De belegging is eindig en loopt in principe tot en met 2016.' Als ik dat maar haal, want ik herinner me nog hoe de sirenes klonken in de Tweede Wereldoorlog. Oorlog is niet leuk, maar die sirenes klonken toen tenminste nog echt dreigend, je ging ervan sidderen; als je dat vergelijkt met dat plastic geluid van de dingetjes die tegenwoordig op de eerste maandag van de maand van de daken jammeren, dan vergaat je de zin in een nieuwe oorlog, en dan vervliegt al helemaal de hoop op een stevig rendement.
De NBZ (dus de Nederlandse Beleggingsmaatschappij voor Zeeschepen BV) investeert niet in één schip, maar in meerdere schepen die op verschillende markten actief zijn. Ook zal de NBZ geen double digit-rendement te voorschijn toveren. Niet dat ik weet wat dat is, ik weet wel wat double-tongued betekent: onoprecht, maar of dat hier iets mee te maken heeft?
In welk schip zal ik eens beleggen? De Queen Elisabeth 2? Of de Atlantic Wind? De Paradise? De Royal Prinsess? De Siera Express? Kan ik het allemaal vertrouwen? Ik denk dat ik maar eens begin met dat rubberbootje in het zwembad van Villa de Leeuw, waarin Paul ging varen met Jan(tje) Smit.
Intussen sta ik open voor elk goed advies als er maar rendement uit komt.