De Zilveren Camera 2006

Deze onderscheiding is gegeven aan de fotograaf Laurens Aaij. Hij maakte de foto van de kudde paarden in het Friese Marrum die door hoog water werd overvallen. Een prachtige foto, maar waar ik moe van word, is die jurymotivering.

De jury ziet het witte paard in het midden als een symbool van hoop.

Wie hoopt er eigenlijk, de jury, de fotograaf, de paarden? Een symbool van hoop, je kunt het er wel van maken, maar dat kun je van een bos rozen ook. Wat ik zie is een mooi tafereel: een wit paard in het midden van een groep donkere paarden. Ik zie trouwens geen water, geen eilandje, geen dreiging, dus eigenlijk weet ik niet wat er aan de hand is.

Het kan ook een nieuwe toneelstunt zijn van Wim T. Schippers die 11 jaar geleden herdershonden gebruikte als acteurs: 'Going to the dogs'. En dan nu 'Going to the horses', waarom niet?

Maar de jury weet precies wat er in het hoofd van de paarden of de fotograaf is omgegaan: 'Fier overeind temidden van modderige ellende', - ik zie geen ellende. 'Een schitterende foto, op Rembrandteske wijze verlicht', - Rembrandt schilderde zijn licht toch zelf, met zijn eigen handen? Ik mag toch aannemen dat de fotograaf niet zelf aan het ‘schilderen’ is geslagen?

Het witte paard als symbool van hoop, - ik wil niet flauw doen, maar je komt bijna bij een racistische interpretatie: die wit gekleurde hoop tegenover al die donkere wanhoop.

Dus, geachte jury, je mag rustig zeggen dat je iets het mooiste vindt; je mag zelfs proberen te zeggen waarom, maar doe dat dan met zo weinig mogelijk woorden. En hou je bij wat je ziet en niet bij wat je van de televisie weet.