Een Limburgs juweel

Hij werd geboren op 25 maart 1907 in Sittard en hij overleed op 20 augustus 1996 in Maastricht: Prof. Dr. J.J.M. Timmers. Vrienden noemden hem Zef.

Verleden zondag, op 25 maart 2007, heeft de 'Prof. Dr. Timmersstichting' een indrukwekkend boek over hem gepresenteerd: TimmersWerk, opstellen over Prof. Timmers & de kunst van het Maasland.

Zijn leven lang was Timmers bezig met de kunst van het Maasland en van Italië, architectuur en beeldhouwkunst, Maaslandse edelsmeedkunst, middeleeuwse monumentale schilderkunst in het Maasland. Hij schreef er over, hij doceerde erover. Hij bracht kunst ook graag naar het grote publiek, via rondleidingen, krant en radio.

Oude schoonheid in Limburg, De glorie van Nederland, Elseviers gids van Rome, DSM-kalenders, tot ver over de grenzen zijn zijn publicaties gelezen en gewaardeerd.

Timmers was ook nog eens museumconservator, museumdirecteur, hoogleraar en ... Limburger.

Uit het rijke boek van 240 pagina’s over zijn omgaan met kunst slechts dit ene citaat:

'Eigenlijk hebben we drie gouden eeuwen gehad: de eerste gouden eeuw, dat is de twaalfde eeuw hier in het Maasland; de tweede gouden eeuw, dat is de Brabants-Bourgondische kunst, zo in de vijftiende eeuw, en de derde gouden eeuw, ja, laten we dat onze Hollandse rijksgenoten gunnen, dat is de zeventiende eeuw; maar het is niet alleen van hun, want het is niet alleen de zeventiende eeuw van Rembrandt maar tevens ook van Rubens en van Van Dijck!'

Deze woorden sprak Timmers voor de microfoon van de Regionale Omroep Zuid op 1 juli 1971, zo is te lezen in het hoofdstuk 'Timmers als cultuurpopularisator', geschreven door Sjef Vink, een van de auteurs van TimmersWerk.

In een voorwoord bekent de redactie openhartig waarom zij dit boek over Timmers en zijn werk aan Limburg, Nederland en ver daarbuiten heeft gepresenteerd:

'In een wereld waarin de statistiek regeert en alleen kwantiteit lijkt te tellen, willen wij met dit boek aandacht en waardering vragen voor schoonheid en kwaliteit. Timmers verdient immers eer voor zijn werk.'