Een trap tegen Europa?
De chauffeur van een lijnbus in Amsterdam begint aan zijn volgende ommegang. Hij neemt even de tijd om de deuren te inspecteren. Van het stuur naar een deur en naar een volgende deur en weer terug naar het stuur, waar hij ergens op allerlei knopjes drukt. Het is een heel lange bus. Twee deuren zijn niet meer open te krijgen. De chauffeur begint een beetje in zichzelf te praten, het gaat lijken op vloeken. Hij gaat buiten de bus tegen een deur staan trappen. Helpt niet. Terug in de bus scheldt hij verder. Ik hoor iets van Europa en kijk hem vragend aan. Dat is voor hem het sein om los te barsten:
"Het komt allemaal door die Europese aanbestedingen. Allemaal tijdverlies. Wij zitten nu met die ouwe zooi (hij wilde bijna weer tegen de deur trappen). Door die aanbestedingen wisten we niet hoeveel lijnen we zouden krijgen, dus ook niet hoeveel bussen we nodig hadden. Nu zitten we met een hoop tweedehandsbussen, ook twaalf Duitse bussen nog erbij, en dat moet nu allemaal snel worden aangepast en gerepareerd, en tegen het eind van het jaar komen de nieuwe bussen, allemaal verknoeid geld. ..maar ja, wij hebben niets te vertellen."
Groot was zijn auditorium niet. Ik was op dat moment zijn enige passagier. Namens heel Europa luisterde ik aandachtig toe en liet hem uitspreken. Dat deed hem goed.
Hij liep weer naar zijn bestuurderszetel. Ik hoorde hem nog mompelen:
" .. Europese aanbestedingen, al die regeltjes, al die ouwe zooi .."
en toen keek hij weer naar de deur die van hem een trap had gekregen.