Kees Fens, pater Karel en Limburgers

Vorige week schreef literatuurcriticus Kees Fens in de Volkskrant (7 juni) over de heiligverklaring van Karel Houben uit Munstergeleen. Zijn stukje valt uiteen in twee delen: het eerste deel is ernstig, het tweede is om te lachen. Het eerste deel gaat over Rome, het tweede over Limburgers. In het eerste deel legt Fens uit wat een heiligverklaring is, althans de auteur probeert een geschiedenisoverzichtje te geven. Mij valt op dat hij met ontzag spreekt over de kracht van de traditie door strenge handhaving van rituelen en dat het maar goed is, - 'gelukkig' zegt hij – dat de paus geen enkele verandering of popularisering in het vooruitzicht stelt. Ik kom er niet achter of Fens nou in die santenkraam gelooft of niet. Het lijkt erop dat hij precies weet wat heilig zijn is. Hij schrijft erover alsof het controleerbare waarheden zijn. Als er al ironie in zijn beschrijving zit, dan weet hij die goed te verbergen. Wat zichtbaar is, is koele eerbied voor wat uit Rome komt.

Zo.

Maar nou die Munstergeleense Limburgers op de dag dat ze in Rome vertoefden. Eerst geeft Fens nog gauw een onterecht en slijmerig compliment aan collega-schrijver Michaël Zeeman, die de dag na de plechtigheid een slap stukje schreef op de voorpagina van de Volkskrant met kennelijk als hoogtepunt een citaat over drie vlaaien die de wonderbaarlijk genezen man uit Munstergeleen gegeten zou hebben, maar nu komt dan toch het deel om te lachen. Dat begint met een zin die ik zelf echt grappig vind: "Geef Limburg een heilige, en Rome wordt een soort Valkenburg". Die komt in mijn archief. Auteur: Kees Fens. Prachtig. Maar nu het vervolg, waarbij hij zich baseert op de uitzending van het programma Kruispunt van de KRO. Hij vindt het een afschuwelijke vertoning en dus rollen de kleinerende adjectieven uit zijn pen: 'een programma van het ergste en ergerlijkste soort provincialisme', 'kneuterkarakter van de Nederlandse kerkprovincie', 'verhaaltjes van de heiligste onbeduidendheid'. En dan hadden die rare Limburgers ook nog het Limburgs volkslied gezongen in de kerk der Friezen. Dat was wel heel erg. Dus haalt Fens het ‘Frisia non cantat’ erbij (pluimpje dus voor de Friezen) terwijl iedereen weet dat Friezen wél zingen, en goed ook nog, maar de Romeinse geschiedschrijver Tacitus had dit nu eenmaal bedacht. Wist hij veel. En zo komt Fens dan toe aan zijn Laatste Oordeel waarin hij zich voorstelt hoe de heilige Karel Houben vanuit Rome eerder terugverlangt naar 'het straatarme Ierland van de 19de eeuw waarin een aardappel al een wonder van geluk was' dan naar 'dat ijdele Munstergeleen en dat vreselijke bronsgroen eikenhout'.

Ik heb die uitzending van Kruispunt ook gezien, al dat gedoe over de regen op het Sint-Pietersplein, de hulpeloze, onnozele vragen van de verslaggevers, de even onnozele antwoorden van de Limburgers. Ik werd er niet blij van, maar ik heb geprobeerd het hun niet kwalijk te nemen. Kees Fens kiest voor het establishment in Rome en schrijft daar deftig over, maar hij geeft de zingende Limburgers op hun ordinaire kop. Ik heb mezelf afgevraagd: wat zou ik zelf als reporter gevraagd hebben, wat zou ik zelf als Munstergelener geantwoord hebben? Antwoord: ik zou het niet weten. Het liefste had ik aan de paus gevraagd wat hij nu eigenlijk aan het doen was. Het was een plechtigheid 'rondom de leegte', wie kent hem nog, die veelzeggende titel van dat boek (1965) van de filosoof Cornelis Verhoeven. Over leegte kun je beter niet denken of heel voorzichtig. Kees Fens over Rome is een andere schrijver dan Kees Fens over Limburgers. Hij kent misschien ook niet de schrijnende ingezonden stukken die na die zondag van Karel Houben zijn verschenen in de Limburgse kranten. Iemand schrijft: "Ook ik ben genezen, maar dan figuurlijk, namelijk van mijn geloof in de zogenaamde wonderen op voorspraak van ‘de heilige pater Karel'!" Ook dat zijn Limburgers. Maar die andere Limburgers die blij of trots naar Rome gingen, mogen er ook zijn, laat ze maar zingen, laat ze maar vlaai eten, dat is leuker en makkelijker dan theologisch geformuleerde antwoorden geven op hulpeloze vragen van reporters die het ook niet weten. Het speelt zich toch af 'rondom de leegte'?

Ik heb veel mooie stukken van Kees Fens gelezen, maar ik verdenk hem soms van een ietwat te randstedelijke, te gemakkelijke, clichématige visie die opdoemt zodra er iemand uit Limburg beschreven moet worden.
En om met Rome te eindigen: ik zou willen dat Rome eindelijk eens wat meer op Valkenburg gaat lijken.