Bijna dood
Vanmiddag heb ik in Bunde de dood in de ogen gezien. Of beter gezegd: ik heb de dood in andermans ogen gezien, maar die andere man had het zelf niet in de gaten.
Ik sta voor een spoorwegovergang. De belletjes rinkelen. Ik kijk op mijn horloge en bereken dat de intercity uit Amsterdam dadelijk voorbij zal razen op weg naar Maastricht. Terwijl de belletjes nog rinkelen bevinden zich twee fietsende mannen, ik schat ze 70, midden op de overweg. De spoorbomen achter hen zijn al gesloten.
Op dat moment valt bij een van hen een kartonnen doos van z’n fiets. De doos blijft liggen op het spoor, precies tussen de twee rails waar de trein dadelijk zal rijden. De twee mannen fietsen tot voorbij de overweg, stappen af en nu komt het: de man van de doos loopt terug, raapt de doos op en brengt die in veiligheid.
Ik zie de trein al naderen, met topsnelheid. De man van de doos loopt weer terug om een glasscherf op te rapen, de andere man en ik schreeuwen dat hij daar weg moet. Hij komt terug en LOOPT ALWEER NAAR DE RAILS, want er lag nóg een glasstukje. Nu was de trein tot op 1 meter genaderd en ik draai me alvast met de rug naar de trein toe want ik verwachtte dat het aanstaande slachtoffer in mijn richting zou worden geslingerd. Het volgende moment had de trein de overweg gepasseerd en de schervenraper leefde nog.
Ja, het is bijna niet te beschrijven, dat dit allemaal kan in een paar seconden, maar zo ging dat.
Ik liep naar de man toe en vroeg of hij de bel niet had gehoord, Jawel. En had hij de trein niet zien aankomen? Jawel, maar de trein was nog ver weg, vond hij. Zijn compagnon keek me aan en maakte een gebaar van hij is eigenwijs, hij luistert toch niet. En daar fietsten de twee mannen weer verder en de doos zat weer onder de snelbinder.
Wat ik vreemd vond was dat de treinbestuurder pas 1 meter voor de bewuste plek een geweldig toetersignaal gaf, maar dat leek me meer een bestraffing achteraf dan een waarschuwing van te voren.
Het was de trein die om 12:05 u. in Maastricht zou arriveren.