Erbovenop

Dat was het dan weer: Het Groot Dictee der Nederlandse Taal. De laatste jaren komt er steeds meer kritiek op dit feestje-van-de-tientallen-spelfouten, gemaakt door weer die Bekende Nederlanders die we al honderd keer gezien hebben. De kritiek is terecht. Het nut van zo’n dictee wordt steeds kleiner. Het zat ook deze keer weer vol met woorden die je waarschijnlijk nooit in je leven hoeft op te schrijven: gitaarriff, bacchanten, Betel, en helemaal nooit Jimi Hendrix.

Al die extra moeilijke woorden,  - als je twijfelt zoek je ze even op in een woordenboek. Erger is dat veel mensen steeds minder benul hebben van het woordgeslacht. Vanmorgen ging het op de radio over mensen met talent, en toen hoorde ik in twee minuten drie keer iemand praten over talent: "Er is genoeg talent die staat te trappelen om de ouderen op te volgen." Dat is pas taalvervuiling en die is met geen dictee te bestrijden.

Nee, het was een aardig verhaal van de overleden Jan Wolkers, maar je leert er niks van.

Toch ben ik Wolkers dankbaar voor twee zinnetjes, althans delen daarvan:

God staat boven aan de ladder....
en:
... met mijn hoofd boven op de grote kei lag ...

Ik verbaasde mij er bijna over dat Wolkers dat goed schreef. Dat wordt heel vaak fout geschreven, namelijk 'bovenaan de ladder' en 'bovenop de grote kei'.

Hij zette de piek boven op de kerstboom (= goed)
De piek hoort bovenop (= goed)
Nog één voorbeeld van hoe het moet? De verzwakte man strompelde toch tot boven op de berg. Dus zei de dokter: hij komt er wel weer bovenop.
Wie met Kerstmis niks te doen heeft, moet hier maar eens over nadenken.