Even over de grens
De temperatuur is 28 graden. Eigenlijk wilden we binnen Nederland blijven. Alleen maar in het Eijsden van het Dagboek van een Herdershond kijken of alles er nog goed was. Maar er was iets te doen. Is er op zondag één Limburgs dorpje waar niets te doen is? Dus te druk. Dan alleen maar even langs de Maas lopen. Maar wat zien we daar? Een veerpontje. Aan de overkant ligt België. Dus doen.
We verlaten het pontje en we zijn in Lanaye. Een en al troosteloosheid. Slecht wegdek, huizen en schuren schots en scheef zonder dat het op Anton Pieck lijkt. Hier was werkelijk helemaal niets te doen. Ja, een oude vrouw in haar tuintje. Waar is hier een kerk en dus een café met terras? "Quoi?" Dat ook nog nog. On parle Français. Twee minuten met het veer en je moet Frans praten. De Maas als taalgrens. Ze zei iets van 'chalet' en een kwartier lopen. Het zou aan de Maas liggen. Ja, de Maas die wisten we wel te liggen.
Ah, het chalet. Droefenis. Het was een chalet met uitzicht op de Maas. Maar chalet en terras waren zo neergezet dat je daar niks van kon zien.
Er stond wel een heel grote touringcar en alle inzittenden zaten buiten op een terras met van die lange houten tafels en bankjes zonder rugleuningen. Maar plezier dat ze hadden! En we zagen één mannetje een speech houden; hij bedankte Pierre en Marie en Jean en nog wat anderen die hadden meegeholpen. Even later sprak ik hem aan en vroeg wat dat allemaal was. Het bleek een groep gepensioneerden te zijn die een dagje uit waren. Ze kwamen uit Seraing (bij Luik) en ze waren die dag al in Visé geweest, iets met boogschieten, en nog zo van alles, en opeens merkte ik dat ik met de burgemeester van Seraing aan het praten was! En dat hij zelfs ooit Volksvertegenwoordiger was geweest in Brussel. Dus toen nog gauw de Belgische Staatshervorming even doorgenomen, en op het allerlaatste moment merkte ik dat hij ook een paar woorden Nederlands sprak, maar toen was het gesprek al zowat afgelopen.
- En wat gaan jullie nou doen?
- Wel, we gaan nog even met de bac (veerpont) naar jullie land, naar Eijsden…
Toen hebben we gauw gezorgd dat we vóór onze Belgische vrienden bij het pontje waren, anders hadden we er nu nog gestaan.
Het was echt wat je noemt een ander volk, maar een sympathiek volk, daar niet van. Maar we waren blij dat we dit minder geslaagde stukje van Wallonië konden verlaten. Vanaf het pontje keken we weer met verlangen uit naar het dorpje van de Herdershond.
We hebben nog één souvenirtje meegenomen naar Nederland: een bierviltje, - met een tekst die niet zo vriendelijk is voor mannen. Maar echte mannen trekken zich daar niets van aan.