Ik heb het gezien. Ik ben er sprakeloos van geworden. Ik transpireer bijna nooit. Nu wel. Van de spanning. Van angst zelfs. Angst dat er iemand z'n nek zal breken, een kind, of een volwassene.
Er was bijna opluchting in Carré als er iets mis ging, maar net niet hopeloos mis. We keken dus toch naar gewone mensen die buitengewone prestaties leverden.
Ze komen uit Noord-Korea, waar nog zoveel dingen beter moeten, maar dit kon niet beter. Tegen deze Noord-Koreanen roep ik: proficiat! Dat is een latijns woordje dat eigenlijk betekent: moge het beter gaan, - en dan bedoel ik: ook met alle andere Noord-Koreanen.