Paul de Leeuw, de marathon
De eerste zes van twaalf uren Paul de Leeuw heb ik gezien. Daarna moest hij nog zes uren volhouden. Het laatste kwartier van die twaalf uren heb ik ook weer gezien. Ik wilde weten of hij nog leefde en of hij nog fit was. Hij leefde nog en hij was ook nog fit, zo te zien en te horen.
Twaalf uren achterelkaar presenteren, het is niet niks. Maar bij sommige prestaties vraag ik me af, moet dat wel? Er zijn er ook die 36 uur achterelkaar optreden als pianist of diskjockey, maar moet dat wel?
Gezond is anders.
Paul de Leeuw gebruikt taal die je in aanwezigheid van kinderen liever niet gebruikt, en die je in een min of meer beschaafd gesprek met volwassenen ook niet gebruikt. Maar Paul durft dat twaalf uren lang, en minister Plasterk komt feliciteren (in het begin), en burgemeester Jorritsma komt drankjes brengen (in het laatste kwartier), en ze lachen maar mee, en Sinterklaas lacht mee, en iedereen lacht mee. En ik moest denken aan de filosofe Désanne van Brederode, ook bekend van haar optreden in Buitenhof op zondagmiddag. In haar boek Modern dédain zegt ze dat overbrengers van cultuur zijn neergedaald naar het niveau van de massa.
Nu hoop ik eerlijk gezegd dat het niveau van de massa gemiddeld iets hoger ligt dan het niveau van Paul de Leeuw, ook al moet ik nog zo vaak met hem lachen.
De Varagids van deze week meldt dat het zijn liefste wens is om een keer een programma met uitsluitend verstandelijk gehandicapten te doen.
Als ik zijn publiek zo bekijk op sommige avonden, dan denk ik dat zijn wens al vaker is uitgekomen.