Overleven in de Vijzelstraat

Amsterdam. Het is toch net een grote stad waar alles iets heftiger toegaat, net als in New York.

Sirenes van politieauto's die van twee kanten komen aanrijden. Hoe het gebeurde weet ik niet, maar ik zag een man liggen, half op de stoep, half op straat. Hoe snel alles dan gaat: uit de verte laat een ambulancewagen horen dat hij in aantocht is en wel in een tempo alsof hij een kilometer verder moet zijn. Maar hij moet hier zijn waar die man ligt, waar de twee politiewagens de plaats des onheils markeren met onrustige knipperlichten en waar wij kijken hoe het afloopt.

De bestuurder van de ambulance begrijpt die knipperlichten natuurlijk, maar geloven wij als toeschouwers dat hij ze begrijpt? Want zijn snelheid is nog hoog. Wanneer begint hij vaart te minderen? Wanneer begint hij te remmen? Nu nog niet? Wanneer dan wel, want daar ligt het slachtoffer. Dan gaat de bestuurder naar de uiterste kant van de weg, nog steeds met griezelige vaart. Nog twee meter, een meter, pas op ... denk je als toeschouwer ... en dan staat de ambulance stil, vlak voor de benen van het slachtoffer.

Conclusie: als je in Amsterdam gewond op straat ligt en de hulp is onderweg, moet het gevaarlijkste moment nog komen, namelijk als de ambulance een paar centimeter voor het slachtoffer moet bewijzen dat zijn remmen het doen, - of niet misschien.