Nieuwe Nederlanders? Sorry, minister

Een woordcombinatie waar je moe van wordt. Een vondst van minister Van der Laan, onze immigratieminister. Die arme drommel, hij bedoelt het zo goed, maar soms bedoelt hij het té goed. Af en toe wil hij weer eens streng zijn voor allochtonen, dan zegt hij bijvoorbeeld dat ze echt voor Nederland moeten kiezen, en omdat dit zo streng klinkt, geeft hij hun meteen weer een snoepje, bijvoorbeeld dat ze voor ons geen allochtonen meer zijn, maar nieuwe Nederlanders. Daar moeten die allochtonen dus blij van worden. Het zijn dan geen buitenlanders meer, geen allochtonen, geen immigranten, want aan al deze woorden hoor je dat ze uit het buitenland komen.

Wat een trieste poging om eenheid in plaats van verdeeldheid te brengen. Dat gaat niet zomaar door allochtonen anders te benoemen. Natuurlijk veranderen woorden in de loop der tijd van betekenis; die betekenis kan gaan van gunstig naar ongunstig of omgekeerd. Natuurlijk klinkt schoonmaakster of werkster beter dan poetsvrouw, maar om haar nou interieurverzorgster te noemen is overdreven. Ooit was een deerne een dienstmaagd of jong meisje, tegenwoordig is het eerder een lichtekooi; een collaborateur was oorspronkelijk een medewerker, dat is het nog steeds in het Frans, maar bij ons is het iemand geworden die met de vijandelijke bezetter samenwerkt, een verrader dus.

Is het woord allochtoon nu echt aan verandering toe?

Het woord allochtoon is niet vies, kleinerend of minachtend. Het wordt pas vies en kleinerend in de hersens van mensen als ze bij dit woord alleen maar aan slechte of minderwaardige mensen denken.

Media_httpi75photobuc_sczpe
<c enter="">


Autochtoon en allochtoon, het zijn zo’n eenvoudige woorden die uit het Grieks komen, autochtoon: "zelfde" "land", allochtoon: "ander" "land" (denk voor de aardigheid aan automobiel: zelfbewegend). Wat is daar nou verkeerd aan?

Maar minister Van der Laan wil toch liever een andere benaming en dan komt hij op nieuwe Nederlander. Als veel mensen in iedere allochtoon iets minderwaardigs zien, dan zit binnen drie weken diezelfde negatieve betekenis ook in het woord nieuwe Nederlander. Trouwens, in de term nieuwe Nederlanders zit nu al de mogelijkheid tot discriminerend taalgebruik, want er wordt ook vandaag al gesproken van westerse nieuwe Nederlanders, en daar bedoelt men de buitenlanders uit Amerika en Europa mee. Voelt u ‘m?

Het heeft allemaal te maken met vergoelijkend of verhullend taalgebruik.

Gehandicapten en invaliden anders begaafden noemen, ik kan een glimlach niet onderdrukken. En dan heb ik het nog niet eens over Amerika waar ze een ander woord hebben voor iemand zonder armen en benen: physically challenged, lichamelijk uitgedaagd! En nou u weer.

Media_httpi75photobuc_sczpe

Een oude lerares uit het Limburgse Valkenburg vertelde mij ooit wat ze zich herinnerde van heel vroeger, toen in dit mooie stadje het toerisme opkwam. Zoiets begon met een paar hotels, maar geleidelijk aan begonnen veel burgers met een pensionnetje. Er was in dit toeristenstadje ergens één pensionhoudster die zo rond vier uur met een vlaai onder haar armen langs de tafels ging - vlaaien waren toen kennelijk nog wat hard uitgevallen - en tegen een gast zei: "En, vreëme, mot g’r nog get vlaai?" (En, vreemde, wilt u nog een stuk vlaai?). Niemand verdacht haar van discriminatie.

Dat waren pas tijden!

Maar in alle ernst, minister van der Laan, bedenk een fatsoenlijke vervanging van het woord allochtoon, of houd het maar bij het woord allochtoon, daar zit niets kwaads in. Het kwaad zit hoogstens in de koppen van nieuwe en oude Nederlanders die ongenuanceerd denken. Sorry, minister, doe dáár maar eens wat aan.