Twitteren in 1904?

Er zijn zoveel schrijfstijlen als er schrijvers zijn. In deze internet-tijd kun je dat wel stellen. Tweets of twitterberichten ogen heel anders dan een processtuk van een advocaat.
Voor een artikel in 2004 over het achtste eeuwfeest van Rolduc in 1904 heb ik nogal wat kranten moeten doornemen uit die tijd. Daar kom je schrijfstijlen tegen die je nu niet meer voor mogelijk houdt.

Zo kwam ik er één zin tegen die ik sindsdien niet meer vergeten ben. Ze stond in De Maasbode. Dat was in 1904 geen huis-aan-huisblad van een of ander Maasdorpje, maar een landelijk katholiek dagblad dat in Rotterdam was gevestigd. Die krant gaf toen net als veel andere kranten in Nederland veel aandacht aan dat feest op Rolduc in dat verre Kerkrade in die uithoek van ons land.

Het was ook een politiek feest dat iets te maken had met netwerken, al bestond dat woord toen nog niet. Zo schreef de Nieuwe Limburger Koerier bijvoorbeeld: "Nooit tevoren zal een katholieke onderwijsinrichting in Nederland de eer hebben genoten zulk elite gezelschap van geestelijke en wereldlijke Hoogwaardigheidsbekleeders en eminente mannen in zijn midden te zien, als Rolduc gisteren herbergde".

Maar zo'n zin bedoel ik nu niet eens. Ik vraag uw aandacht voor een andere zin, namelijk deze uit de Rotterdamse Maasbode van 12 juli 1904:

"Zoo wij Roermonds beminden Kerkvoogd, Mgr. Drehmans, niet noemen in de rij der hooge kerkelijke waardigheidsbekleders, te Rolduc heden verenigd, is het enkel omdat zijne aanwezigheid van zelf spreekt."

Dit is zo’n zin die je twee keer moet lezen om hem één keer te begrijpen. Het kan korter, zou je denken, zo bijvoorbeeld: "Mgr. Drehmans was er natuurlijk ook".

Maar dan is het plechtige er vanaf. De 140 toegestane tekens van de huidige twitterwetten zullen het ons wel afleren om nog ooit zo’n lange deftige zinnen te gebruiken.